DENOMBREMENT
VAN ]ACOB VAN HALEWYN HEER VAN MALDEGEM 1515
J
eroom Van Maldeghem
Het
denombrement van Jacob van Halewyn, in 1515 heer van Maldegem, berust in het
Algemeen Rijksarchief te Brussel, onder de stukken van de Wetachtige Kamer van
Vlaanderen, "Denombrementen ende lenen, bundel 8399".
VERANTWOORDING
Hetgeen
volgt, de integrale en tekstuele weergave van het denombrement van Jacob van
Halewijn uit 1515, is een bronnenpublicatie, de omzetting van een officieel
document in oud handschrift naar een hedendaagse notitie.
Een
bronnenpublicatie is een werkinstrument, een uitgangspunt voor verdere
historische studie en analyse. Vanuit historisch oogpunt is ze interessant
omdat ze de weergave is , van een feitelijke situatie op een bepaald moment en
voor een bepaalde heerlijkheid, in dit geval 1515 en Maldegem. In tweede
instantie bevat ze een overvloed aan plaats en persoonsnamen. Om die reden
volgt, na de bron zelf, een index op de vermelde plaatsen persoonsnamen.
Het
denombrement van Jacob van Halewyn is er één onder vele, vermits elke nieuwe
leenhouder zijn denombrement moest laten opstellen. In een bredere context kan
dergelijke bronnenpublicatie dus gezien worden als één element in een
evolutief geheel, r namelijk de uitbreiding of inkrimping van een goed. Voor
wie zich daar ooit zou op toeleggen, zal hetgeen hier gepubliceerd is, een
zeer gewaardeerd hulpmiddel zijn.
JACOB
VAN HALEWYN, LEENHOUDER
Onze
titel vraagt meteen enige toelichting wat is een denombrement.
Voor
de Franse term denombrement bestaat eigenlijk geen treffend Nederlandstalig
Woord of equivalent, bij zoverre dat die term onder historici en heemkundigen
algemeen in gebruik is In feite gaat het om de opsomming van de goederen
waaruit een 'heerin het feodaal of leenroerig tijdperk inkomsten verwierf. In
de meeste gevallen, zo ook in het onze,
gaat het om onroerend goed: akker en weiland, bebouwde terreinen.
In
een denombrement wordt door de leenhouder ook uitvoerig beschreven welke rechten
en plichten aan zijn heerlijkheid verbonden zijn.
fo
19ro
Jan
de costre houd een leen groot zynde xi ge(meten) een Iyne
vichtich
roeden lands lettel meer of min ligghende binnen
den
amb(ach)te ende prochie van maldeghem zuud de eclesia tusschen burkele ende
westbogaerde in drye perceele dan of dats ligghet x ge(mete) Ixxv r(oeden)
lands daeld(yng)ers van p(iet)er Lambrechts ande noortz(yde) de biest dat
men
heet de slapt ande zuudz(yde) / voort ligghes d(aer) by ij Iy(nen) xxv r(oeden)
lands
int voors(ijde) leen / Piet(er) de vuldre up noorts(yde) / Sinte Jans huus
in
brug(ge) / up oostzyde voort ligghes j Iy(ne) vichtich roed(en) lands
tusschen
de wat(er)ganck van burkele up noortz(yde) / mijns heer vanden
gruuthuuse
landt ten westh(ende) / ende staende ter vullen rekene van x p(onden) par(isis)
staende
xxi
sch(ellingen) van camerlynckghelde / voort jaerlix een p(aer) handschoen telken
sinxschen
Roelandt
van maldeghem f(ilius) roelands houdt een leen groot ix ghemete ligghende int
amb(ach)te ende inde prochie van maldeghem zuud oost vande kerke In een
jeghenoode
gheheten
te eelvelde / adriaen snauwaerts es ghelandt ande westz(yde) / streckende
metten zuudhende ande eelvelde strate
ene
straet van eelvelde naer eeclo / ende metten noordhen de an Roelandt van
Maldeghem ende Jan van Maldeghem landt vidua
el libri Boud(in) van Lamscoot ande oostz(yde) Staen(de) tzelve leen te
dienste van trauwen / ende ten beste vrome / ende te dienste van een paer
handschoen sj(ae)rs telken sinxschen
Cornelus
de kuusere f(iliu)s Kristoffels houd een leen groot zynde
vier
Iynen vichtig roed(en) lands ligghen(de) binde prochie
van
maldeghem In een jeghenode gheheeten dhest tusschen daeldy(nghe)rs)
van
wylen mer philips heer van maldeghem land ande westz(yde)
adriaen
Swulfs land ande oostzyde metten zuudhende an Jan dielekens landt zyn kindren
ende de kyndren van jacop van moerkerke huerlieder ald(eynghers) landt. Staende
tvoors(yde) leen ter trauwen ende vande beste vrome / en vort jaerlix te
dienste van een paer
handschoen
te Maldeghem te brynghene inde kerke